Eindtermen

'Huisarts cursussen voor een volledig oogonderzoek in 20 minuten.'

Eindtermen.

De huisarts wordt met vrijwel alle facetten van de oogheelkunde geconfronteerd tijdens zijn werk en dient deze uit te oefenen met als basispakket de kennis en kunde zoals omschreven in de eindtermen van de huisartsopleiding en de NHG-standaarden. De huisarts met specifieke kennis en kunde op oogheelkundig gebied biedt, naast een ruimer pakket, kwalitatief hoogstaande zorg op dit specifieke terrein. Na het volgen van de 2x een basiscursus moet de oogheelkundig bekwame huisarts in staat zijn:

  1. onderscheid te maken tussen ongecompliceerde en gecompliceerde refractieafwijkingen en op basis daarvan het kunnen opstellen van een gericht behandeladvies.
  2. het zelf kunnen onderzoeken en behandelen van kleine oogheelkundige kwalen zoals een chalazion, chronische blepharitis en de meeste corpora aliena. Middels kleine chirurgie perioculaire structuren kunnen behandelen en de proef van Anel kunnen uitvoeren.
  3. met behulp van een spleetlamp een catarat kunnen beoordelen en op basis daarvan kunnen bepalen wat de juiste vervolgbehandeling moet zijn (bijvoorbeeld afwachten of verwijzen bij indicatie voor een operatieve therapie).
  4. patiënten met diabetes en andere aandoeningen van het achterste oogsegment te vervolgen middels de directe en indirecte fundoscopie en via de spleetlamp en op het juiste moment verwijzen (de kern vormt hierbij: geen patiënten verwijzen die geen afwijkingen hebben).
  5. als onderdeel van het oogonderzoek een tonometrie uit te voeren ter bepaling van de oogboldruk en goed gereguleerde glaucoompatiënten (samen met de oogarts) te vervolgen (controles).
  6. aan de patiënt adequate voorlichting te geven met betrekking tot oogheelkundige afwijkingen en brillen.
  7. oogheelkundige kennis beter te integreren met kennis van overige aandoeningen